Honderddertig jaar schoenherstel op dezelfde plek

Op deze plek aan de Nieuwestad staat sinds 1887 een schoenmakerij. Familie Bats begon hier, en vier generaties lang gebeurde in dit pand elke dag ongeveer hetzelfde: mensen brachten schoenen, iemand maakte ze weer heel. In 2017 namen wij het over. Dat is een aardige plek om vanaf te kijken naar wat er in honderddertig jaar schoenherstel wel en niet is veranderd.

Toen een schoen nog geld kostte

In 1887 was een paar schoenen een investering. Mensen hadden er twee: een voor werk en een voor zondag. Een zool ging eraf en werd vervangen, en daarna nog een keer, en daarna nog een keer. De schoenmaker was geen luxe maar een noodzaak, en er zaten er in elke straat een paar.

Het werk was toen bijna helemaal met de hand. Pennen van berkenhout in plaats van schroeven, gewaste draad die met de hand door voorgeprikte gaten ging, en een leest waarop de schoen zijn vorm hield. Dat gaat langzaam, maar het houdt.

Schoenherstel aan de Nieuwestad: de machines kwamen, het vak bleef

Vanaf het begin van de twintigste eeuw kwamen de stikmachine, de finisher en de perssluiter. Dat scheelde uren per paar. Wat het niet veranderde, was de beslissing die eraan voorafgaat: kan dit nog en is het de moeite waard. Die beslissing neemt nog steeds een mens, met de schoen in de hand.

Een deel van het gereedschap op onze werkbank is ouder dan wij. Een goede leest en een goed mes gaan een mensenleven mee, en er is geen reden om ze te vervangen.

Wat wel echt veranderde

Twee dingen, en die hangen samen.

Het eerste is de constructie. Een genaaide zool laat zich vervangen, keer op keer. Een gelijmde zool niet altijd, en bij sommige sportschoenen helemaal niet. Vanaf de jaren zeventig werd lijmen de norm omdat het sneller en goedkoper was, en daarmee werd een deel van de schoenen ineens onherstelbaar.

Het tweede is de prijs. Schoenen werden zo goedkoop dat weggooien voor veel mensen logischer voelde dan repareren. Het aantal schoenmakers in Nederland liep in vijftig jaar hard terug. Van de vele werkplaatsen die Leeuwarden ooit had, zijn er een paar over.

En wat er nu gebeurt

Het draait langzaam terug. Mensen brengen weer laarzen die ze willen houden, wandelschoenen waar ze aan gehecht zijn, en tassen die te goed zijn om weg te doen. Deels om het geld, deels omdat het zonde is. Hoeveel dat scheelt hebben we uitgerekend op de pagina schoenen gered.

Dat is ook het enige eerlijke argument dat een schoenmaker heeft. Wij verkopen geen nieuwe schoenen. Wij verdienen ons geld door te zorgen dat u de uwe langer houdt.

Kom eens kijken

De werkbank staat er nog, achter in de winkel aan de Nieuwestad 111. Loop binnen tijdens openingstijden, dan ziet u het. Meer over hoe wij hier terechtkwamen staat op over ons.